- U bevindt zich: > Home
Besluit Huisvesting
5 juli, 2011
Het is al weer enige tijd geleden dat op veel bedrijven het bedrijfsontwikkelingsplan (BOP) is opgesteld. Alle varkenshouders die op 1 januari 2010 niet voldeden aan de ammoniakemissie-eisen van het Besluit Huisvesting konden daarmee onder het gedoogbeleid vallen. Om hiervoor in aanmerking te komen moest de gemeente voor 1 april 2010 beschikken over een BOP.
Er zijn in grote lijnen drie mogelijkheden om uw bedrijf te laten voldoen aan het Besluit Huisvesting:
1) Investeren in emissiearme stallen (geheel of gedeeltelijk met toepassing van interne saldering met en zonder uitbreiding van het aantal dieren).
2) Aangeven dat het bedrijf stopt op uiterlijk 1 januari 2020 en met versoepelde maatregelen per 1 januari 2013 voldoet aan de maximale emissienormen. Het terugbrengen van de dieraantallen is één van de mogelijkheden.
3) Definitief staken van het bedrijf en de milieuvergunning intrekken.
Normen volgens het Besluit Huisvesting
|
Diercategorie |
maximale emissiewaarde |
traditionele |
|
Kraamzeugen |
2,9 |
8,3 |
|
guste/dragende zeugen |
2,6 |
4,2 |
|
gespeende biggen |
0,23 |
0,6 / 0,75 |
|
vleesvarkens/opfokzeugen |
1,4 |
2,5 / 3,0 / 3,5 / 4,0 |
Voor de bedrijven genoemd onder punt 1 moet er op korte termijn actie ondernomen worden. Na uitstel van staatsecretaris Atsma moeten bedrijven nu vóór 1 juli 2011 een nieuwe vergunningaanvraag bij de gemeente hebben liggen. Sinds 1 oktober 2010 is dit verplicht middels een omgevingsvergunning. In het actieplan ammoniak is destijds gesteld dat voor bedrijven die onder de IPPC-norm blijven, de vergunningsplicht zal worden opgeheven. Daarvoor moet het Activiteitenbesluit Landbouwactiviteiten in werking treden. Dit besluit is echter nog niet in werking getreden waardoor ook bedrijven die onder de IPPC-norm blijven, voor 1 juli a.s. de vergunningaanvraag bij de gemeente moeten hebben liggen.
Anders dan bij de stoppende bedrijven is het niet mogelijk om door het minder houden van dieren de maximale emissienorm te halen. Wel mogen bedrijven door intern salderen het bedrijf laten voldoen aan het Besluit Huisvesting.
Wat is intern salderen?
Oorspronkelijk moest ieder afzonderlijke stal voldoen aan de maximale emissiewaarden. Op een vleesvarkensbedrijf met als voorbeeld twee stallen van 1.000 vleesvarkens zouden beide stallen afzonderlijk moeten voldoen aan de maximale emissiewaarde van 1,4 kg NH3 per varken.
Met het zogenaamde intern salderen waarvoor het Besluit Huisvesting gewijzigd is, is het mogelijk om een stal verder aan te passen dan nodig (dus een lagere emissiewaarde dan 1,4, feitelijk alleen mogelijk met chemische luchtwassers met 95% emissiereductie) en deze extra reductie te gebruiken om een andere stal traditioneel te laten.
Voorbeeld bedrijf zoals genoemd onder punt 1:
Zeugenbedrijf met 350 zeugen:
75 kraamhokken x 8,3 kg NH3 = 622,5 kg
275 guste/dragende zeugen x 4,2 kg NH3 = 1.155 kg
1.300 biggen x 0,6 kg NH3 = 780 kg
Totaal 2.557,5 kg NH3
Om het bedrijf te laten voldoen aan de normen van 2013 wordt het emmissiearm maken van het bedrijf gecombineerd met een uitbreiding. Met de uitbreiding zal het bedrijf naar 500 zeugen gaan. In het onderstaande schema staan de maximale emissienormen voor varkens. Er zullen 400 dragende en guste zeugenplaatsen gebouwd worden, 100 kraamhokken en 1.910 biggenplaatsen.
Door het bouwen van een nieuwe dragende zeugenstal voorzien van een chemische luchtwasser van 95 % en 70 kraamhokken te voorzien van mestpannen, voldoet het bedrijf aan de maximale emissienormen.
|
|
Norm |
Totaal |
Norm per |
Totaal |
Totaal |
|
Kraamhokken |
8,3 |
622,5 |
2,9 |
217,5 |
290 |
|
Guste/dragende |
4,2 |
1.155 |
2,6 |
715 |
1.040 |
|
Biggen |
0,6 |
780 |
0,23 |
299 |
441,6 |
|
Totaal |
|
2.557,5 |
|
1.231,5 |
1.771,6 |
Voor de bedrijven in categorie 2 betekent het dat ze 1 januari 2013 moeten voldoen aan de emissie-eisen van het Besluit Huisvesting. De bedrijven die aangegeven hebben te stoppen, mogen tot 1 januari 2020 doorgaan met soepeler regelgeving. Dit kan bijvoorbeeld door wat minder dieren te gaan houden.
Voorbeeld:
Een bedrijf met 500 vleesvarkens op < 0,8 m2 heeft een emissie van 2,5 kg NH3 per plaats. Het Besluit Huisvesting stelt dat per 1 januari 2013 de maximale emissie per plaats 1,4 kg NH3 mag zijn. Dit betekent dat er 1,1 kg NH3 moet gaan verdwijnen.
Een mogelijke oplossing kan zijn de combinatie van Balansballen met het voederadditief Vevovitall. RAV nummer BWL 2010.01. De Balansballen in combinatie met Vevovitall geven een reductie van 42 procent (2,5 kg NH3 - 42% = 1,45 kg NH3).
Arkervaart heeft al ruim 10 jaar ervaring met het toepassen van Vevovitall in varkensvoeders. Naast ammoniakreductie ondersteunt Vevovitall ook de technische resultaten. Onlangs hebben we nog een grote praktijkproef afgerond waarin het effect van Vevovitall is onderzocht.
Volgens het Besluit Huisvesting is maximaal 1,4 kg NH3 toegestaan. Dat wil zeggen dat er per plaats nog 0,05 kg NH3 gereduceerd moet worden. Voor de stoppende bedrijven is het ook mogelijk om te voldoen aan de maximale emissie-eisen door het houden van minder dieren. In dit geval zou er 500 plaatsen x 0,05 kg NH3 = 25 kg NH3 nog gereduceerd moeten worden. 25 kg / 2,5 kg NH3 per plaats betekent tien dieren minder houden dan op de vergunning is toegekend.
Bedrijven die hebben aangegeven te gaan stoppen op uiterlijk 1 januari 2020 kunnen volstaan met een melding bij de gemeente over hun aanpassing. Deze aanpassing moet echter wel vóór 1 januari 2013 bekend zijn bij de gemeente en ook daadwerkelijk zijn gerealiseerd.
Voor de bedrijven die definitief gaan stoppen is het belangrijk dat zij dit melden bij de gemeente. De gemeente zal dan de bestaande milieuvergunning intrekken, tenzij er ook andere takken aanwezig zijn op het bedrijf. In dat geval wordt alleen de varkenstak van de milieuvergunning geschrapt.

