- U bevindt zich: > Home
Megastal met klein volières
24 juni, 2009
Puttense pluimveehouder breidt uit met 89.000 leghennen
Geen gewone volièrestal, maar een (kost)prijsbewuste keuze voor een klein volièrestal (koloniehuisvesting) met maar liefst 89.000 hennen. Dat is de nieuwbouw waar Theo Kampert als bedrijfsleider voor koos op zijn pluimvee- en varkensbedrijf.
Puttense pluimveehouder breidt uit met 89.000 leghennen
Geen gewone volièrestal, maar een (kost)prijsbewuste keuze voor een klein volièrestal (koloniehuisvesting) met maar liefst 89.000 hennen. Dat is de nieuwbouw waar Theo Kampert als bedrijfsleider voor koos op zijn pluimvee- en varkensbedrijf.
Oorsprong
Het bedrijf aan de Waterweg in Putten is oorspronkelijk gestart door de heer Esveld, waarna het inmiddels gerenoveerde bedrijf in 1994 in handen kwam van agrarisch ondernemer Bouwman uit Kootwijkerbroek. Het bedrijf bestond toen uit twee kippenstallen van elk 15.000 kippen en twee varkensstallen van totaal 1.000 stuks. Theo Kampert werkte al enige tijd op een ander bedrijf van Bouwman met kalveren en vleesvarkens in Kootwijkerbroek. Hij startte direct als bedrijfsleider op deze nieuwe aanwinst van Bouwman en verhuisde samen met zijn vrouw Belinda naar het bedrijf op de Waterweg in Putten.
Keuze voor klein volière stal
Van meet af aan wisten ze dat het oude stallen waren, er moest een keer iets gebeuren. In de varkensstallen is de ventilatie aangepast en zijn er nieuwe voersystemen in aangelegd. ‘Maar voor de kippenschuren wisten we dat we het grondig moesten gaan aanpakken òf helemaal niet’. Een aantal jaren ging voorbij en niet het bedrijf, maar het gezin werd uitgebreid met dochter Linda (13) en zoon Thijs (11). Tot zo’n vier jaar geleden, toen onstonden er concrete gedachten en ook het nieuwe nieuwe bestemmingsplan buitengebied gaf daar aanleiding toe. Het bedrijf werd nu als intensieve veehouderij in ontwikkelingsgebied aangemerkt en kreeg daarom een groter bouwblok toegewezen. De kippenstal die het meest ‘op was’ werd aangepakt. Het eerste plan was om een volièrestal te bouwen in twee etages, maar Theo had sterke twijfels. Hij wilde graag een overzichtelijke en arbeidsarme stal zonder grote risico’s en de meeste zekerheid op een lage kostprijs per hen. Na enig onderzoek kwam Theo uit op het klein volière systeem, ook wel ‘Kleingrupenhaltung’ of ‘koloniehuisvesting’ genoemd. En hij overtuigde Bouwman van de noodzaak tot deze keuze. ‘Ik was bang dat ik anders nooit meer uit die stal zou komen en dit alternatief is diervriendelijker dan de verrijkte kooi. En met 89.000 kippen had het binnen deze grootte van de stal met geen enkel ander systeem gekund. Bovendien had je dan veel meer arbeid per hen gehad.’ Pluimveespecialist Evert Bos: ‘Dan houd je geen kippen, maar dan houden de kippen jou!’ Na het bezoeken van diverse bedrijven wist hij ook precies hoe hij deze wilde gaan bouwen.
In eigen beheer gebouwd
Theo begon in het voorjaar van 2008 met het regelen van de bouw van de nieuwe stal. En voor hij het wist bouwde hij de hele stal geheel in eigen beheer, het liet hem niet meer los. Een enorme klus dus! Hij zette zelf het staal en metselde veel zelf. Maar liet ook één en ander aannemen, met name voor de inrichting. Hij zocht verder alle bouwmaterialen uit en Bouwman deed het onderhandelwerk.
De afmetingen van de stal zijn 22,5 bij 97,5 meter. De nok van de stal reikt tot 10,7 meter, welke ruimte biedt aan drie loopetages. Er zijn zeven rijen Big Dutchman-kleinvolières geplaatst van verschillende hoogtes, de middelste drie rijen huisvesten negen niveaus en zo loopt het naar beide buitenkanten af naar zeven niveaus. Per kooi gaat het om een ruimte van 3,60 meter lengte, 1,50 meter breedte en 70 cm hoogte. De legnesten van elk hok grenzen aan die van de kooi ernaast. En met behulp van automatische verduisteringsgordijnen wordt de stal van daglicht voorzien. De achtergevel geeft je het gevoel dat je naast een spaceshuttle bent beland, want hier bevinden zich maar liefst 18 ventilatoren die voor de juiste luchtbeweging in de stal zorgen.
Het feit dat hij de bouw in eigen beheer deed, leverde hem enorme winst op. Naar verwachting zijn de kosten tot wel 33 procent goedkoper geworden dan wanneer hij alles uitbesteed had. De kostprijs van de stal per hen ligt op zo’n € 18,00. ‘Een scharrelstal kun je voor dat geld niet bouwen.’
Paniek in de kooi
Uiteindelijk kon de eerste ronde hennen in begin maart 2009 opgezet worden. De kippen zijn nu 30 weken oud en tijdens dit gesprek inmiddels 10 weken in de nieuwe stal. Natuurlijk waren er kinderziektes, zoals het moment dat er coccidiose werd geconstateerd. ‘En dan is het maar wat fijn dat je (ook in het weekend) met een specialist kunt overleggen’, in dit geval pluimveespecialist Evert Bos. ‘Vooral in de eerste weken dat je in de nieuwe stal aan de gang bent, vergt het veel extra aandacht en natuurlijk overleg je dan veel meer. En het is heel belangrijk om de zieke dieren er direct uit te selecteren.
Ook met de verlichting is er één en ander aangepast, want ‘het is net even anders dan een gewone batterijstal’. Theo ervaart het werk in de nieuwe stal als zeer prettig: ‘Je loopt door de stal, maar de kippen lopen je niet voor de voeten. En het is een erg hygiënische stal!’
Groot verbruik, lage kostprijs
De kostprijs is de belangrijkste pijler bij het ondernemerschap van Bouwman en Kampert. Hij wil het maximale aantal eieren en kilo’s halen met zo min mogelijk investering en arbeid. Om de kostprijs zo laag mogelijk te houden, voert Kampert tarwe bij. Er prijken twee grote silo’s naast de stal, waarvan de één elke week met diervieder wordt gevuld door Arkervaart-Twente (toevallig juist tijdens dit interview). De andere zorgt voor de opslag van de tarwe, welke via Arkervaart-Twente direct van een akkerbouwer komt. Momenteel is zo’n 16 procent van het voer tarwe, maar dit zal onderhand wat opgeschaald worden naar 20 tot 30 procent. ‘Dit werkt goed en het voer blijft mooi. De mengverhouding blijft gelijk aangezien de volumes die we hier verbruiken vrij groot zijn. Maar de hen moet zich eerst goed kunnen ontwikkelen. Daarom bespaar ik nu in ieder geval nog niet op het voer. Eerst probeer ik er juist zoveel mogelijk voer in te krijgen!’ Op een bepaald moment zal er een punt komen dat Theo gaat bijsturen en met een hoger percentage tarwe gaat werken.
Op de vraag wanneer de resultaten volmaakt zijn, antwoordt hij: ‘Het is eigenlijk nooit goed genoeg. Daarom is mijn doelstelling om het maximale eruit te krijgen, gezien alle omstandigheden. Hoe je het ook wendt of keert, geen enkele ronde zal hetzelfde zijn. Dus al je een probleem krijgt in een ronde, dan is de uitgangspositie voor het maximale ook al iets minder.’ Maar hij denkt ook aan zijn privéleven: ‘Ik vind het ook belangrijk dat er een balans is tussen de arbeid en je vrije tijd. Je moet ’s avonds wel een keer klaar zijn. Als je constant het allerbeste wilt, heb je geen leven meer.’
Tijd voor eieren rapen
Van 30.000 kippen naar ruim 100.000, dat is nogal wat. Gelukkig doet Theo het werk niet geheel alleen. Tijdens de bouw had Kampert in zijn bouwploeg een goede knecht. Hij is nu grotendeels een dagelijkse arbeidskracht geworden. Verder helpt Theo’s vrouw Belinda met het eieren rapen op zondag èn als zich onverwacht problemen voordoen. Theo raapt samen met zijn Moba Mopack100 zo’n 35.000 eieren per uur. Per week vult hij daarmee twee volle vrachtwagens die hun weg vinden naar met name Duitse verwerkingsbedrijven. Of misschien tikt u vandaag een eitje met het nummer 3-NL-4256602?
Als het werk alleen om eieren rapen zou gaan, zou Theo niet vroeg z’n bed uit hoeven: ‘Voor half tien ’s ochtends hoef je echt met rapen niet te beginnen, want de meeste eieren worden tussen 6.00 en 9.00 uur gelegd.’ Hij is hier in de nieuwe schuur ongeveer 3½ uur mee bezig. De op handen zijnde levering van een automatische vulrobot zal deze tijd aanmerkelijk verkorten, zeker naar mate de eieren straks zwaarder worden. De controle van de hennen kost hem anderhalf uur per dag. In de oude stal van 12.500 hennen ligt die verhouding heel anders, namelijk één uur eieren rapen en anderhalf uur controle. ‘Dan zie je dus hoe efficiënt een nieuwe stal werkt.’
Voorlopig uitgebouwd
Voorlopig wordt er niets meer gebouwd bij Kampert. Behalve de erfverharding welke nog aangelegd moet worden, is het voorlopig welletjes geweest. De oude kippenstal zingt nu de rit uit tot het kooiverbod. Op één van de varkensschuren zal te zijner tijd misschien een luchtwasser moeten komen, welke ook de mogelijkheid geeft tot intern salderen. Zou er voor de nieuwe kippenschuur wat betreft ventilatieregelgeving nog iets moeten veranderen, dan is dat (met dank aan het feit dat alles in de achtergevel zit) eventueel alsnog in te passen. Qua wetgeving hoopt Kampert op niet teveel nieuwe eisen. ‘En natuurlijk hoop ik wel dat het basis NL3 ei (Nederlands kooiei) blijft!’
|
Pluimveehouder Kampert |
Technische resultaten |
|
Uitval |
0,06% per week |
|
Leeftijd |
30 weken |
|
Leg |
97 % |
|
Eigewicht |
60 gram |
|
Voerverbruik |
117 gram incl. 15% tarwe |

