- U bevindt zich: > Home
Met een goed stalklimaat haal je topresultaten
20 februari, 2011
Het lijkt allemaal zo simpel. Met onder andere een goed stalklimaat haal je topresultaten met weinig uitval. Toch is dat gauwer gezegd dan gedaan. Er zijn heel wat factoren die een goed stalklimaat kunnen beïnvloeden.
Het lijkt allemaal zo simpel. Met onder andere een goed stalklimaat haal je topresultaten met weinig uitval. Toch is dat gauwer gezegd dan gedaan. Er zijn heel wat factoren die een goed stalklimaat kunnen beïnvloeden.
De afgelopen maanden hebben dat weer duidelijk laten zien. Bij wisseling van de seizoenen is het zaak voortdurend het klimaat te optimaliseren. Voor een goede ventilatie is een goede afzuiging en een goede inlaat van wezenlijk belang.
Bij een normale buitentemperatuur boven 0 °C is de gewenste afzuiging 1 m³/uur/kg levend gewicht. Dit is de norm voor minimale ventilatie.
Bij temperaturen beneden 0 °C kan de minimumventilatie worden teruggebracht naar 0,7 m³ /uur/kg levend gewicht.
Is de maximum staltemperatuur te hoog , dan is de maximale afzuiging 3,6 m³ /uur/kg levend gewicht.
De luchtstroming moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
- Een goede luchtsnelheid op leefhoogte van de dieren.
- De luchtsnelheid mag op dierniveau maximaal 0,2 m³/s zijn.
- Een goede verdeling van kleppen en klepopeningen.
Een verkeerde luchtstroming bij lage temperaturen kan leiden tot open en natte plekken, minder eiproductie en meer buitennesteieren. Verkeerde luchtstromingen kunnen ontstaan in stallen met weinig inhoud en veel obstakels. In bijvoorbeeld volièrestallen die te laag zijn, wordt lucht onvoldoende verdeeld.
Een groot misverstand is dat het open zetten van deuren bij hoge temperaturen helpt. Niets is minder waar. De verdeling van de lucht is slecht en de onderdruk zal wegvallen en daarmee de luchtverplaatsing tussen uw hennen.
Door onze neus te gebruiken krijgen we een goed beeld van het klimaat in de stal. Zo ruik je of het ammoniakgehalte in de stal te hoog is evenals een te hoge luchtvochtigheid. Is de ventilatie toereikend? Meten en wegen is ook hier het parool. Voorkom nat strooisel. Nat strooisel is een bron van ammoniak en leidt sneller tot darmstoornis, coccidiosis en aantasting van de voetzolen. Door beter te ventileren (drinkwater) is de strooiselkwaliteit beter. Het strooien van graan stimuleert de hennen het strooisel los te krabben.
Hieronder nog eens een aantal streefwaarden om in de praktijk mee te werken.
|
Buitentemperatuur en bijbehorende minimale ventilatie per kg dier |
|
|
Buitentemperatuur |
Minimale ventilatie per kg dier |
|
0°C en kouder |
0,70 m³ |
|
0°C - 5°C |
1,00 m³ |
|
5°C - 10°C |
1,25 m³ |
|
10°C - 15°C |
1,50 m³ |
|
15°C - 20°C |
2,00 m³ |
|
20°C - 25°C |
2,50 m³ |
|
25°C en warmer |
Maximale ventilatie (zorg altijd voor onderdruk) |
|
Maximale ventilatie per diersoort |
|
|
Diersoort |
Maximale ventilatie per dier |
|
Vleeskuiken |
8 – 10 m³ |
|
Opfok |
7 m³ |
|
Leghennen |
6,5 - 8 m³ |
|
Vleeskuikenouderdieren |
12 m³ |
|
Normwaarden klimaatfactoren |
|
|
Klimaatfactor |
Norm |
|
Relatieve luchtvochtigheid (RV) |
60 – 70 % |
|
Kooldioxide (CO2) |
2000 ppm |
|
Ammoniak (NH3) |
25 ppm |
|
Stof |
Zo weinig mogelijk |
|
Tocht |
Zo weinig mogelijk |
|
Temperatuur |
Grondhuisvesting: 18°C - 22°C Kooi: 20°C - 24°C |

