- U bevindt zich: > Home
Minder fosfaat via het voerspoor
5 juli, 2011
LTO Nederland en de Nederlandse vereniging diervoederindustrie (Nevedi) hebben onlangs het startsein gegeven voor de campagne “Resultaat met minder fosfaat”. Het project heeft tot doel om via het voerspoor de hoeveelheid fosfaat te beperken. Het doel is om in 2011 vrijwillig 10 miljoen kilo fosfaat van de mestmarkt te halen gelijk verdeeld over de Nederlandse varkens- en rundveehouderij.
LTO Nederland en de Nederlandse vereniging diervoederindustrie (Nevedi) hebben onlangs het startsein gegeven voor de campagne “Resultaat met minder fosfaat”. Het project heeft tot doel om via het voerspoor de hoeveelheid fosfaat te beperken. Het doel is om in 2011 vrijwillig 10 miljoen kilo fosfaat van de mestmarkt te halen gelijk verdeeld over de Nederlandse varkens- en rundveehouderij.
De fosfaataanvoer begint aan de voorkant via het voer en daarom heeft Arkervaart ook besloten om via het voerspoor de fosfaataanvoer te beperken. Sinds januari zijn we begonnen om al onze grondstoffen frequenter te onderzoeken op fosfaatgehaltes. Deze bleken soms behoorlijk af te wijken van de tabelwaarden die tot op heden door de Nederlandse mengvoerindustrie gehanteerd worden. Via deze weg is het al mogelijk geweest om de fosforaanvoer met vijf tot tien procent te verminderen.
Varkenshouderij
De varkenshouderij moet fosfor gemiddeld drie procent efficiënter benutten ten opzichte van de gemiddelde waarden van de jaren 2007 t/m 2009. Zeugenhouders dienen gemiddeld 40 procent van het fosfor in voeders via biggen en slachtzeugen af te voeren. Vleesvarkenshouders dienen uit te komen op een fosfaatefficiëntie van 44 procent.
|
Diercategorie |
Gem. 2007 – 2009 |
Streefwaarde 2011 |
Streefwaarde 2013 |
|
Opfokzeugen |
0.34 |
0.36 |
0.38 |
|
Zeugen (incl. biggen) |
0.37 |
0.40 |
0.43 |
|
Vleesvarkens |
0.41 |
0.44 |
0.47 |
|
Dekberen |
0.12 |
0.12 |
0.12 |
Op bedrijfsniveau dient de fosfaatefficiëntie verbeterd te worden, dit kan onder meer in de varkenshouderij verbeterd worden door een scherpere voederconversie. Dit kan onder andere bereikt worden door gebruik te maken van vleestypische varkens met een goede groei of door bijvoorbeeld de inzet van meer geconcentreerde voeders.
Met het voer wordt door de nieuwe generatie fytase die sinds enige tijd verwerkt wordt, een betere P-efficiëntie gerealiseerd. Zodoende kunnen de bruto fosforgehalten verlaagd worden, waarbij de verteerbare fosforgehalten op niveau gehouden worden.
Mocht u geïnteresseerd zijn om te zien wat uw huidige fosfaatefficiëntie is, klik dan hier voor de P-toets.
Mocht u hier meer over willen weten, neem dan gerust contact op met uw specialist.
Rundveehouderij
Bij melkvee zijn de fosforgehaltes in het voer dit jaar gemiddeld met ongeveer 10 procent gereduceerd. Dit levert op een gemiddeld bedrijf een extra BEX-voordeel van ongeveer 5 procent op. Dit maakt het voor meer veehouders interessant om aan BEX deel te nemen. Daarnaast hebben we diverse P-arme voeders in het assortiment die ongeveer 25 procent lager fosforgehalte hebben dan de reguliere voeders. Uiteindelijk gaat het om de efficiëntie op bedrijfsniveau. Onder onze klanten die aan BEX deelnemen zien we fosfaatefficiënties tussen de 30 en 40 procent. De gemiddelde fosfaatefficiëntie zit in Nederland op melkveebedrijven onder de 30 procent, dus er is nog veel mogelijk. Let echter bij beperking van de fosfaataanvoer wel op bij welke dieren je dit doet. Fosfortekort kan bij dieren leiden tot problemen met botopbouw, functioneren van de pens, energiestofwisseling en vruchtbaarheid. Overleg daarom met uw voorlichter hoe op een verantwoorde manier de fosfaataanvoer gereduceerd kan worden. Denk hierbij bijvoorbeeld ook aan het jongvee en droge koeien. Dieren die geen melk geven worden al snel ver boven hun fosforbehoefte gevoerd. Gras vervangen door stro en snijmaïs kan hier veel besparing opleveren mits de eiwitvoorziening voldoende is. Ook een verantwoorde keuze van voedermiddelen en bijproducten kan zorgen dat er snel veel bespaard kan worden op de aanvoer van fosfor, zonder dat het meteen geld hoeft te kosten. Wel levert het een flinke besparing op in de afvoer van mest. Door allemaal iets meer op te letten kunnen we tevens eventuele overheidsmaatregelen voorkomen.
Pluimveehouderij
In de pluimveehouderij merken we de laatste jaren dat, zeker bij de opstart van jonge koppels, de fosforvoorziening een extra punt van aandacht is. In de praktijk zien we nogal eens dat bijvoorbeeld de vleugelspanning te wensen over laat. We hebben daarin een extra reden gezien om onze grondstoffen intensiever op fosfor te analyseren. De resultaten daarvan gebruiken we uiteraard bij het samenstellen van onze voeders. Met deze aanvullende inzichten zijn we in staat om een bijdrage te leveren in de P-reductie en wat daarnaast minstens zo belangrijk is; we voeren de dieren nu beter naar behoefte.

