- U bevindt zich: > Home
Opfok van gespeende biggen
20 december, 2010
De kwaliteit van opfok van gespeende biggen is cruciaal voor de prestaties van de dieren als vleesvarken. En dus bepaald deze opfok ook nadrukkelijk de feitelijke waarde van een big op een gewicht van 25 kg, feitelijk nog meer dan omvang van een bedrijf of genetica.
De kwaliteit van opfok van gespeende biggen is cruciaal voor de prestaties van de dieren als vleesvarken. En dus bepaald deze opfok ook nadrukkelijk de feitelijke waarde van een big op een gewicht van 25 kg, feitelijk nog meer dan omvang van een bedrijf of genetica.
Wij zetten een aantal punten op rij:
1. Goede voorbereiding
“De oorlog wordt gewonnen in de voorbereiding.” Zonder te willen overdrijven is er iets te zeggen met deze uitspraak. Wij noemen u succesfactoren:
a) Een goed hok. Veel licht, warmte, hygiëne, ruimte, voldoende vreetplaats, geen tocht. Een plek zoals het meest luxe hotel aanbiedt aan haar allerbeste gasten…
b) Starten met gezonde biggen.
c) Schoon, droog, comfortabel met voldoende afleidingsmateriaal.
2. Vermindering van weerstand
De bescherming vanuit de biest, de maternale immuniteit neemt vanaf de vierde levensweek snel af. De biggen worden daarmee vatbaar voor virussen, bacteriën en mycoplasma. Veel ziektekiemen kunnen zich op een bedrijf handhaven door steeds weer andere biggen te infecteren; de belangrijkste reden om het mengen van tomen te minimaliseren. Het kan niet vaak genoeg aangegeven worden, dier-dier contact is de snelste wijze van overdracht van ziekteverwekkende kiemen. Mengen minimaliseren! Ook zieke dieren met onvoldoende perspectief worden bij teveel bedrijven te lang in de groep gehouden en niet snel genoeg verwijderd. Hoop op beter is dan, rekenen op meer ellende, geworden!
Scheiding van groepen, all-in all-out, looplijnen, niet mengen, hygiënisch werken… U weet het toch?
3. Voeropname direct na spenen
Naast een hoge voeropname in de kraamstal is het van belang dat de voeropname direct na spenen voldoende hoog blijft. Een te lage voeropname heeft grote gevolgen voor de kwaliteit van darmvlokken, deze gaan snel in kwaliteit achteruit bij onvoldoende aanbod van voedsel. Een te lage voeropname heeft snel onderkoeling tot gevolg en een nog hogere behoefte aan warmte. En dus slingerziekte, streptococcen, etc. Op dit moment doen wij weegproeven op een aantal praktijkbedrijven om meer inzicht te krijgen in het verloop van voeropname na spenen. De spreiding blijkt erg groot te zijn en bij velen ook niet bekend. Het zou goed zijn als iedere zeugenhouder de voeropname na spenen controleert. Arkervaart heeft een aantal kaarten ontwikkeld met de gewenste voeropnames en voerschema’s voor biggen na spenen (zie afbeelding).
4. Voersysteem
Een hoge en gelijkmatige voeropname wordt bereikt door gebruik te maken van de juiste manier van voeren. Het gebruiken van dezelfde voerkom zowel in de kraamstal als in de biggenstal is daarbij een goed hulpmiddel en een goede investering. Herkenning is hierbij datgene wat wij nastreven. Verder zijn er grote verschillen tussen de verschillende voerbakken in opname, donkere bakken zorgen voor een lagere voeropname. Het liefst eten biggen gelijktijdig. Hoe meer dieren gelijktijdig voer opnemen, hoe idealer de biggenopfok. Sommige biggen wachten tot twee dagen voor ze voer opnemen! Ook het aantal drinknippels is van belang, minimaal 1 nippel op 10 biggen, maar liever 1 op 8. Brijbakken (klepelbakken) en droogvoerbakken zijn minder optimaal dan bakken waar op één plateau voer en water gelijktijdig worden aangeboden.
5. Wateropname per big per dag
Idealiter weet elke zeugenhouder dagelijks wat de wateropname is. In de vergelijking met bijvoorbeeld de vleeskuikenhouderij weten wij erg weinig van dit soort kengetallen. Uit die sector (ook met jonge, lichte dieren) leren wij dat dit soort kengetallen iets zeggen over de gezondheidstoestand van de dieren en de ontwikkeling ervan. Sterke variaties in wateropname zijn vaak de voorbode voor problemen zoals diarree, streptococcen.
6. Klimaat in de stal
Geen open deur, maar steeds weer blijkt dit een belangrijk aspect. Naast instellingen van klimaatcomputers is het ook van belang om het gedrag van dieren constant te observeren. Uiteindelijk geeft het gedrag van de dieren aan of de dieren zich happy voelen. Gespreid in het hok, languit.
7. De kleinste biggen zijn bepalend
In alles is het kleinste big in het hok de norm. Die bepaald hoelang er bijgevoerd wordt in de kom, hoeveel speenvoer er gevoerd wordt voordat overgeschakeld wordt, hoe warm het moet zijn… Of wacht u tot dit dier uitvalt?
8. Kijken – denken – doen…
Uw dieren vertellen het u. Aan uzelf om actie te ondernemen als zij ontevreden zijn!

