- U bevindt zich: > Home
Vleeskuikenouderdieren
20 december, 2010
Vleeskuikenouderdieren zijn gefokt op groei en vleesaanzet, maar moeten ook eieren leggen die bovendien bevrucht zijn. Door verschil in fokrichting stellen vleeskuikenouderdieren andere eisen aan huisvesting en verzorging dan legkippen of legouderdieren. Zijn er problemen met de productie, dan zit de oorzaak bij de hennen. Zijn er problemen met bevruchting en uitkomst, dan zitten de oorzaken zowel bij de hanen als bij de hennen.
Vleeskuikenouderdieren zijn gefokt op groei en vleesaanzet, maar moeten ook eieren leggen die bovendien bevrucht zijn. Door verschil in fokrichting stellen vleeskuikenouderdieren andere eisen aan huisvesting en verzorging dan legkippen of legouderdieren. Zijn er problemen met de productie, dan zit de oorzaak bij de hennen. Zijn er problemen met bevruchting en uitkomst, dan zitten de oorzaken zowel bij de hanen als bij de hennen.
Opfok
Een goede uniformiteit binnen een koppel ouderdieren is essentieel voor een goede productie en bevruchting. Een slechte uniformiteit in gewicht en ontwikkeling kan verschillende oorzaken hebben, zoals te weinig voerbaklengte, te hoge bezetting, slechte verdeling van het voer, geen goede gezondheid enz.
Omdat je vleeskuikenouderdieren tijdens de opfokperiode sterk beperkt in voeropname, is er bij het voeren een run op de voerbak. Direct na het voeren moeten alle dieren aan het eten zijn. Wanneer er dieren heen en weer lopen of over anderen heen proberen te klimmen, dan is er niet genoeg voerbaklengte of is de voerbak niet goed bereikbaar. Bij traaggroeiende rassen speelt de (strikt genomen doch ongewenste) situatie van de voerbeperking nauwelijks een rol.
Legperiode
Tijdens de productieperiode wordt de voeropname minder beperkt dan in de opfok. Toch lukt het na het overzetten in de legstal niet om alle dieren voldoende voer op te laten nemen. Dit komt doordat ze in de opfok gewend waren om snel te eten. Zorg daarom dat ze allemaal tegelijk kunnen eten. Binnen drie minuten moet overal voer zijn. Lukt dit niet, plaats dan meer voerhoppers, neem een ander voersysteem of voer vanuit het midden van de stal.
Hoe weet je of de hanen niet te veel en niet te weinig binnen krijgen? Meet hoe hoog de hanenvoerlijn hangt. Voer eerst de hennen en een paar minuten later de hanen. Kijk of de hanen goed bij de hanenvoerbakken kunnen en of er veel hanen bij de hennen meevreten.
Een goede haan is niet vet
Een haan die er goed uitziet, is zeer verdacht en hoeft niet perse regelmatig en goed te paren. Pak regelmatig een haan tijdens de ronde door de stal. Bij actief parende hanen zie je een vochtige cloaca met een rode huid eromheen. Een haan met een droge cloaca, paart niet of weinig. Een wat kale buik en afgebroken, ruwe veren bij een haan is een goed teken, veel mooie donsveren juist niet.
Een paar uur voordat het licht uit gaat, moeten de hanen actief aan het werk zijn. Een haan die op een leeftijd van 30 weken nog niet paart, begint daar ook niet meer aan en kan worden uitgeselecteerd.
Tegelijk geslachtsrijp worden
Als de hanen te vroeg rijp zijn in vergelijking met de hennen, gaan de bange hennen de paringen ontlopen. Hanen die te laat rijp zijn, lopen de kans dat de hennen de baas zijn over deze hanen en dat die hanen niet durven te paren. Een dergelijke “psychologische castratie” komt niet meer goed.
Gewonde hennen
Verwondingen aan de zijkant komen door verkeerd of niet behandelde tenen bij de hanen en seksfouten en hanen met kromme tenen. Verwondingen komen ook doordat er te veel hanen zijn of doordat de hennen over elkaar klimmen.
Hanen voeren
Een haan die tijdens de productieperiode gewicht verliest, begint te ruien en is verloren voor de bevruchting. Kijk goed of alle hanen tegelijk gaan tegelijk gaan eten en let erop dat er zo min mogelijk hennen met de hanen mee eten. Vraag jezelf af als niet alle hanen tegelijk eten: is er genoeg eetruimte voor alle hanen tegelijk? Zijn sommige hanen te bang om te eten? Hangt het voersysteem goed? Controleer het voersysteem en de gewichten van de hanen.
Strooiselkwaliteit en bevruchting
Slecht strooisel geeft voetzoolproblemen. Een haan met zere poten heeft pijn bij het treden van de hennen. Dat is slecht voor de bevruchting. Zorg voor goed strooisel en verwijder ruggen in het strooisel.

