- U bevindt zich: > Home
Voortgang masterplan
3 mei, 2010
Het 'masterplan selectief en correct gebruik antibiotica vleeskuikenhouderij' is eind 2008 opgesteld. Met de uitvoering van dit plan is in 2009 gestart. Hier vindt u de voortgang van de uitvoering van dit masterplan.
Het 'masterplan selectief en correct gebruik antibiotica vleeskuikenhouderij' is eind 2008 opgesteld. Met de uitvoering van dit plan is in 2009 gestart. Hier vindt u de voortgang van de uitvoering van dit masterplan.
Het 'masterplan selectief en correct gebruik antibiotica in de vleeskuikenhouderij' heeft als doel het terughoudender toepassen van antibiotica, het therapeutisch toepassen van antibiotica en het toepassen van de middelen volgens de voorschriften van de dierenarts. Het masterplan bevordert transparantie van het gebruik van antibiotica en is dynamisch. Dit wil zeggen dat het masterplan aangepast wordt aan de nieuwste inzichten.
Er is een reeks van maatregelen genomen.
1. Meting van het antibioticagebruik
De vleeskuikensector is de eerste veehouderijsector die komt met een meting van het antibioticagebruik. De meting is gebaseerd op het gebruik van antibiotica bij 50 procent van de vleeskuikenhouders. De meting gaat niet alleen over het gebruik van antibiotica, maar ook om de achterliggende redenen van het gebruik. De meting wordt gebruikt in de advisering van pluimveehouders en dierenartsen. Een samenvatting van de meting over 2008 is op de site van het PPE geplaatst.
2. Centrale registratie van antibiotica en benchmarking
Binnenkort wordt in de sector overgegaan tot een verplichte centrale registratie van antibiotica met als doel een goed inzicht te krijgen in het gebruik van antibiotica. Ook maakt de centrale registratie een benchmarking mogelijk van het gebruik. Individuele bedrijven en dierenartsenpraktijken kunnen dan hun antibioticagegevens vergelijken met die van anderen in de sector. Verwacht wordt dat dit najaar de gegevens van ruim 70% van de pluimveebedrijven in de vleeskuikensector opgenomen zijn in de centrale database.
3. Relatie pluimveehouder en dierenarts
Er is in de IKB Kipregeling sinds 1 januari 2010 een één-op-één relatie tussen dierenarts en pluimveehouder verplicht gesteld via een contract. Dit betekent dat de pluimveehouder één voorschrijvend dierenarts heeft. In het contract staan verplichtingen over het voorschrijven, toedienen en afnemen van antibiotica en over het gezamenlijk opstellen van een bedrijfsgezondheidsplan (zie 4) en behandelplan (zie 5). Ook is voor de dierenarts het Formularium Pluimvee verplicht gesteld. Dit formularium is een richtlijn van de KNMvD voor het voorschrijven van antibiotica. Bij deze richtlijnen is rekening gehouden met de registratie van middelen, risico's op resistentie en of de middelen ook humaan worden toegepast.
4. Bedrijfsgezondheidsplan
Aan IKB deelnemende vleeskuikenhouders moeten jaarlijks een bedrijfsgezondheidsplan opstellen met de dierenarts en een eventuele bedrijfsadviseur volgens een standaard model. Dit plan is een evaluatie van de bedrijfsvoering, gericht op het verbeteren van de diergezondheid op het bedrijf en op een zorgvuldiger gebruik van antibiotica. Jaarlijks wordt gecontroleerd of het plan is opgesteld, of verbetermaatregelen zijn getroffen en of er opnieuw is geëvalueerd. De voorschakels van de vleeskuikenhouderij zullen per 1 juli 2010 verplicht worden tot het opstellen van dit plan.
5. Bedrijfsbehandelplan
Aan IKB deelnemende vleeskuikenhouders en hun dierenarts moeten jaarlijks een bedrijfsbehandelplan opstellen. Dit plan gaat in op de antibioticabehandelingen op het bedrijf, inclusief afspraken hoe en wanneer antibiotica worden ingezet. Ook zijn algemene normen over het gebruik van antibiotica opgenomen in het contract tussen pluimveehouder en dierenarts. De voorschakels van de vleeskuikenhouderij zullen per 1 juli 2010 verplicht worden tot het opstellen van dit plan.
6. Onderzoek
Onderzoek vindt plaats naar het vóórkomen van ESBL in de vleeskuikensector. Hierbij wordt gekeken naar de prevalentie van ESBL's in de verschillende schakels in de keten en wordt vervolgens beoordeeld welke interventiemaatregelen getroffen kunnen worden. Het onderzoek wordt uitgevoerd door het Centraal Veterinair Instituut (WUR) en betaald door het ministerie van LNV. De sector is nauw betrokken bij de uitvoering van het onderzoek. Eind 2009 is het Centraal Veterinair Instituut gestart met het onderzoek naar de algehele resistentie van bacteriën tegen antibiotica in de vleeskuikensector. Het onderzoek betreft resistentie tegen vijf belangrijke antibiotica. Het onderzoek wordt door de sector gefinancierd. Resultaten worden medio 2010 verwacht. Het RIVM gaat onderzoek uitvoeren naar MRSA op vleeskuikenbedrijven. De sector financiert een deel van dit onderzoek en begeleidt dit onderzoek. Het onderzoek is in maart 2010 van start gegaan.
7. Algemene communicatie
Er is veel communicatie gericht op de bewustwording van pluimveehouders wat nu een selectief en correct gebruik van antibiotica is. Via artikelen, bijeenkomsten van pluimveehouders, een project belevingsfactoren antibioticagebruik, bijeenkomsten bij de vakgroep gezondheidszorg pluimvee van de KNMvD en een themamiddag bij de veevoervoorlichters zijn de risico's van het antibioticagebruik in beeld gebracht, is gewezen op het relatief hoge en toenemende gebruik in de sector en is aangegeven wat nu een selectief en correct gebruik is. Communicatie en bewustwording is in het masterplan een continue activiteit.
Zo heeft het PPE naar aanleiding van discussie over cefalosporinen en het gebruik van antibiotica in het algemeen de bedrijven in de vleeskuikensector per brief nog eens opgeroepen zorgvuldig en volgens de regels om te gaan met het gebruik van antibiotica en heeft het PPE daarbij aangegeven dat het gebruik van cefalosporinen niet past in een selectief en correct gebruik van antibiotica.
VERDERE VOORTGANG
Het masterplan is een dynamisch plan en wordt dus aangepast aan nieuwe inzichten. De sector beraadt zich op een nadere invulling van het plan vanwege de discussie over bepaalde middelen, het onderzoek naar resistentie (ESBL's) en de inzet van de minister op een reductie van 20 procent in 2011. Zodra hier meer bekend over is, wordt u geïnformeerd.
Bron : PVE

