- U bevindt zich: > Home
Vruchtbare koeien, alle dagen rendement
27 oktober, 2011
De geboorte van een kalf, de start van een nieuwe lactatie. Het is het begin van de periode waarin een koe rendement gaat opleveren voor een veehouder. Vruchtbaarheid op een melkveebedrijf hangt nauw samen met het financieel resultaat. Meer lactaties per koe betekent een lager vervangingspercentage op uw bedrijf. Daarnaast betekent het ook dat de koe vaker piekt in melkproductie waardoor ze voer efficiënt omzet in melk. Maar hoe realiseren we een goede vruchtbaarheid?
De geboorte van een kalf, de start van een nieuwe lactatie. Het is het begin van de periode waarin een koe rendement gaat opleveren voor een veehouder. Vruchtbaarheid op een melkveebedrijf hangt nauw samen met het financieel resultaat. Meer lactaties per koe betekent een lager vervangingspercentage op uw bedrijf. Daarnaast betekent het ook dat de koe vaker piekt in melkproductie waardoor ze voer efficiënt omzet in melk. Maar hoe realiseren we een goede vruchtbaarheid?
Voeding
Voeding is het allerbelangrijkste voor de vruchtbaarheid. Een uitgebalanceerd rantsoen, voldoende energie in het begin van de lactatie en een persistente productie zijn factoren die belangrijk zijn voor de vruchtbaarheid. Een optimale hormoonhuishouding zorgt voor een snelle dracht. Dit resulteert in een korte tussenkalftijd en daarmee minder vervetting aan het eind van de lactatie. Met name de vervetting van dieren is een belangrijke oorzaak van het niet op tijd drachtig worden van dieren in een volgende lactatie. De NEFA’s (Non-Esterified-Fatty-Acids), oftewel de vrije vetzuren die vrijkomen bij het aanspreken van lichaamsreserves, hebben een negatief effect op het afkomen van de nageboorte, de follikelontwikkeling en het produceren van tochtigheidshormonen.
Droogstand
Naast het voorkomen van dieren die vervetten (denk ook aan pinken!), is het zeer belangrijk dat de droge koe een uitgebalanceerd rantsoen krijgt. Een droogstandsrantsoen dat voldoende structuur en energie bevat met de juiste mineralenvoorziening, zorgt voor een gezonde eicelontwikkeling. Daarnaast is het belangrijk dat niets een koe in de weg staat om tot aan het afkalven voldoende voer op te nemen. Immers een hoge drogestof opname tot het moment van kalven zorgt ervoor dat het dier fit en actief is en makkelijk door het afkalfproces komt. Met een hoge drogestof opname rondom het afkalven wordt ook het aanspreken van de lichaamsreserves tot een minimum beperkt. Belangrijk is dat het dier gedurende de droogstand, maar zeker in de laatste twee weken, zo min mogelijk stress ondervindt door bijvoorbeeld groepswisselingen. Daarbij moeten de dieren voldoende en fris voer krijgen. Ook is het belangrijk dat de droge koeien comfortabel kunnen liggen om zo voldoende rust te krijgen. Bewegingsvrijheid voor deze dieren is goed doordat eventuele NEFA’s tijdens het lopen door de spieren verbruikt kunnen worden.
Signaleren problemen
Naast voeding is het belangrijk dat problemen tijdig gesignaleerd worden. Dit begint met dieren in de eerste week na het afkalven te monitoren op temperatuur, opschonen en activiteit (Post Partum Check). Daarnaast kunnen de dieren in de eerste zes weken na het afkalven tijdens vruchtbaarheidsbegeleiding worden aangeboden voor controle op ontstekingen, witvuilen en cysten (Pre Breeding Check). Verder is het belangrijk dat dieren die geen tocht hebben laten zien na het afkalven, onderzocht worden op activiteit. Door probleemdieren vroegtijdig op te sporen, kan er snel en effectief behandeld worden. Dit is belangrijk voor een korte tussenkalftijd en meer drachtige koeien.
Tochtigheidsdetectie
Als een koe na het afkalven voor het eerst tochtig is, betekent dit eigenlijk dat haar hormoonhuishouding zich weer heeft ingesteld op vruchtbaarheid. Graag zien we koeien vlot na het afkalven weer tochtig. Ze werkt aan herstel van het afkalfproces en schoont zichzelf op. Tocht is afhankelijk van de voedingstoestand van een dier, maar daarnaast ook van het lichtregime en het stalklimaat. Het registreren van tocht is erg belangrijk na het afkalven. Hiermee kan bepaald worden of de koe cyclisch is en of het aantal dagen tussen tochtigheidsdetectie klopt. Om de koe te kunnen registreren en te insemineren, is tochtigheidsdetectie belangrijk. Op veel melkveebedrijven is dit nog een belangrijk verbeterpunt. Een goede tochtigheidsdetectie vraagt twee keer per dag een half uur en kan gecombineerd worden met andere werkzaamheden. Er zijn echter koeien die zeer kort tocht laten zien en er zijn ook dieren die stil-tochtig zijn en geen duidelijke tochtexpressie laten zien. Middelen zoals detectiestickers en detectiesystemen kunnen hierbij nuttig zijn en werken in de praktijk goed. Detectiesystemen kunnen ook aantonen wat het optimale inseminatiemoment is. Waardevol want het moment van inseminatie is zeer belangrijk voor het inseminatieresultaat!
Samenvattend zijn de voeding, het signaleren van problemen en een goede tochtigheidsdetectie zeer bepalend voor het resultaat dat u op uw bedrijf kunt behalen qua vruchtbaarheid. Preventief werken is hierin belangrijk om een korte tussenkalftijd en daarmee rendement te realiseren. Dus houd de koe in cyclus en “keep the cow running”!


De melkkoeien van de familie Versteeg te Bornerbroek laten uitstekende vruchtbaarheidsresultaten zien (zie tabel). Een ArkerActief droogstandsrantsoen en een TMR-rantsoen voor de melkkoeien is de basis qua voeding. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van een tochtdetectiesysteem die de tochtige koeien opspoort.
Bert Versteeg geeft verschillende succesfactoren aan voor het behalen van deze resultaten. “Tijdens de vruchtbaarheidsbegeleiding worden alle verse dieren aangeboden voor controle. Hiermee worden probleemdieren snel opgespoord, zodat hier actie op kan worden ondernomen. Zo blijft de lijst met inactieve dieren zo kort mogelijk”. Daarnaast helpt het tochtdetectiesysteem hem met het bepalen van het optimale inseminatiemoment van tochtige dieren. Versteeg insemineert de koeien zelf en houdt hiervoor het systeem nauwlettend in de gaten. “Ook wordt er geprobeerd de vaarzen in een niet te ruime conditie te laten kalven”, geeft Versteeg aan. In het verleden zijn er slechte ervaringen geweest met vaarzen die met een te ruime conditie hebben gekalfd. Daarom wordt er met stro gestuurd tijdens de opfokperiode en krijgen de vaarzen de laatste twee maanden voor afkalven het droogstandsrantsoen.

