- U bevindt zich: > Home
Zetmeel in de koe
26 oktober, 2011
16 september jl. organiseerde Arkervaart een maïsdemo in Markelo. Dit jaar hebben we extra aandacht gegeven aan de groei van maïs vanaf zaaien tot oogst . Uiteindelijk bepaalt het gehele groeiseizoen of het doel van de teelt wordt gehaald: het oogsten van veel rijpe korrels die samen met een gezonde plant zorgen voor een fris product in de kuil. In dit artikel een klein stukje van de grote maïspuzzel.
16 september jl. organiseerde Arkervaart een maïsdemo in Markelo. Dit jaar hebben we extra aandacht gegeven aan de groei van maïs vanaf zaaien tot oogst . Uiteindelijk bepaalt het gehele groeiseizoen of het doel van de teelt wordt gehaald: het oogsten van veel rijpe korrels die samen met een gezonde plant zorgen voor een fris product in de kuil. In dit artikel een klein stukje van de grote maïspuzzel.

Passerend zetmeel
Met behulp van NIRS kan het laboratorium uitstekend de hoeveelheid zetmeel bepalen in snijmaïs. Hoeveel zetmeel er echter de pens passeert en beschikbaar is voor de dunne darm is echter niet te bepalen in praktijksituaties. Het kengetal bestendig zetmeel is slechts een inschatting van de hoeveelheid zetmeel dat de pens passeert. Dit is afhankelijk van andere factoren in het rantsoen. De enige waarheid over de zogenaamde bestendigheid van het zetmeel is de koe zelf. Kenmerken als pensvulling en mestconsistentie zeggen of er voldoende zetmeel beschikbaar is op pens- en darmniveau.
Pens en darm
Zetmeel passeert in het maagdarmkanaal van de koe en dit is een dynamisch proces wat afhangt van onder andere:
- Rijpheid van de korrel. Was de korrel voorbij het kaasachtige stadium bij oogst, dan zal er meer zetmeel de pens passeren.
- Verkleining van de korrel. Hoe meer hoe beter. Is de korrel van uw snijmaïs goed gekneusd, dan hebben de pensbacteriën veel meer contactoppervlakte om het zetmeel te fermenteren. Een goed afgestelde korrelkneuzer zorgt er dus voor dat er minder zetmeel de pens passeert (zie ook kader).
- Duur van de conservering. Momenteel wordt er veel “verse” snijmaïs gevoerd. Met name bij een laag drogestofgehalte (<33%) wordt door de verzuring van het ingekuilde product zetmeel ontsloten. Vooral nattere snijmaïs zal dus al snel meer zetmeel voor de pens opleveren.
- Zoals gezegd zal zetmeel uit een rijpere korrel de pens eerder passeren. Dit betekent dat er meer zetmeel in de dunne darm aankomt. Hier vindt een totaal andere proces plaats dan in de pens. Het zetmeel wordt niet gefermenteerd, maar verteerd met behulp van het enzym amylase.
- Bij verandering van snijmaïs (zoals nu met de nieuwe oogst) zal er meer zetmeel de pens passeren doordat de pensbacteriën zich moeten instellen op de veranderingen in het rantsoen. De enzymactiviteit in de dunne darm is beperkt om al dit zetmeel dat in de dunne darm komt om te zetten in glucose. Daarbij zijn de maïspitjes nog vrij hard, waardoor de enzymatische vertering ook moeilijker is. Dit geeft in het begin van zo’n nieuwe kuil meer maïsdeeltjes in de mest.
- Na de dunne darm komt de dikke darm. Passeert door genoemde redenen teveel zetmeel de dunne darm, dan kan in de dikke darm nog wat zetmeel fermenteren. Overmatige zetmeelfermentatie in de dikke darm is echter niet gewenst omdat verzuring diarree veroorzaakt. Het kenmerk is dunne en lichte, zurige mest.
- Bij een tekort aan eiwit daalt de fermentatie en vertering van het zetmeel in de pens en darm. Het eiwitniveau in het rantsoen zal zich altijd moeten aanpassen aan de hoeveelheid zetmeel (en andere energiecomponenten) in de pens of de darm!
Praktijk
Zoals u ziet is de vertering van zetmeel iets wat we zo goed mogelijk inschatten met ons rantsoenberekeningsprogramma. De praktijk is echter dynamisch en zal moeten worden afgezien van de koe zelf. Misschien kunt u met de genoemde kenmerken nog eens goed uw eigen snijmaïs evalueren?

De effectiviteit van de korrelkneuzer is een belangrijke factor in de benutting van zetmeel. Zetmeel in kleinere korreldeeltjes zijn toegankelijker voor zowel pensbacteriën als enzymen in de dunne darm.
Dit seizoen zijn meerdere loonwerkers in Nederland overgestapt naar een nieuw type korrelkneuzer (lacotec-mastercracker). Deze kneuzer lijkt een betere verkleining van de maïskorrel te geven, wat de vertering ten goede komt. Arkervaart zal in samenwerking met De Schothorst deze ontwikkeling nauwgezet volgen.

